Donderdag in pyjama
Ik wilde vastleggen
wat al weken in mij bewoog,
maar mijn hoofd liep verder
dan mijn lichaam kon dragen.
Woorden werden zwaar,
mijn slapen begonnen te kloppen,
en de bank werd mijn toevlucht
met een zacht muziekje
dat niets van mij vroeg.
De zon scheen.
En ik vroeg me af
waarom ik niet gewoon kon gaan zitten
in dat licht.
Alsof er iets in mij
altijd eerst toestemming moet vragen.
Ik schaamde me
voor onverwacht bezoek,
voor mijn pyjama,
voor het nietsdoen
dat zo zichtbaar voelt.
Maar onder de douche
liet ik de telefoon even gaan.
Ik koos voor water,
voor warmte,
voor mij.
Dat voelde klein,
maar waar.
Ik knipte uitgebloeide knoppen,
schilde een sinaasappel,
ging weer liggen.
Een dag in stukjes.
En ergens tussen was, stofzuiger
en een opgeladen OV-chipkaart
leerde ik opnieuw:
Als mijn gevoel nee fluistert
en mijn hoofd redenen zoekt,
dan spreekt het oude patroon.
Dan hoef ik niet te luisteren.
’s Avonds lag ik onder een kleedje,
met iets makkelijks op tv,
en probeerde ik
mijn rust niet lui te noemen.
Misschien is dit groeien:
niet groots,
niet dapper in één keer,
maar eerlijk in kleine dingen.
Misschien zijn er nog boeken in mij
die wachten om open te gaan.
Maar vandaag
deed ik genoeg.
Vandaag
bleef ik bij mezelf.